Het monster dat er nooit was

Ik heb drie schone T-shirts ingepakt. Twee broeken. Voor het geval dat.

Een schone onderbroek was ik vergeten.

Dat laatste zegt eigenlijk alles.

Vorige week ging ik naar een truffelceremonie. Met één doel. Ik moest en zou mijn monster ontmoeten. Het monster van verdriet, van boosheid, van trauma. Dat ding waarvan ik al jaren dacht dat het in me zat en eruit moest.

Het kwam niet opdagen.

Waarom ik dacht dat ik een monster had

Ik doe al jaren aan persoonlijke ontwikkeling. Therapie gehad. Zit alweer ruim vijf jaar in coaching. Een cacaoceremonie gedaan, een soundhealing, twee keer een zweethut. Boeken, podcasts, masterminds, je kent het wel.

En toch bleef ik het tegen mezelf zeggen. Er knaagt iets. Er zit iets in mij en dat moet eruit.

Niet één keer. De hele tijd. Jarenlang.

Ik zei het letterlijk tegen mensen om me heen. Deze shit, dit trauma van me, dat moet eruit. Dus toen ik iemand tegenkwam die truffelceremonies begeleidt, wist ik het meteen. Dit moet ik doen.

Niet omdat ik er zin in had. Ik zag er als een berg tegenop. Maandenlang.

Waar ik écht bang voor was

Het gekke is: ik was niet bang voor de truffels zelf. Ik was bang voor wat ik tegen zou komen.

Ik had verhalen gehoord van mensen die hun ego zagen sterven. Die hun hele leven opnieuw bekeken. Die ineens hun bedrijf verkochten, hun relatie beëindigden, hun overleden vader ontmoetten. Het ene verhaal indrukwekkender dan het andere.

En onbewust dacht ik: als al die mensen zoiets tegenkomen, dan moet er bij mij wel iets gigantisch zitten.

Misschien ga ik wel huilen. Misschien kots ik de boel onder. Misschien verlies ik de controle, kronkel ik als een slang, schijt ik in mijn broek.

Geen grap. Zo ver ging mijn fantasie.

Tot een uur voor vertrek was ik aan het inpakken alsof ik naar een driedaags festival ging. Drie T-shirts. Twee broeken. Voor het geval dat ik daar helemaal instortte en niet meer terug zou komen zoals ik wegging.

Ik was me aan het voorbereiden op een monster dat alleen in mijn hoofd bestond.

De ceremonie zelf

Na een rit van ruim twee uur kwam ik aan. Eerst een gesprek, wat kon ik verwachten. Daarna naar de ruimte met klankschalen en kaarsen. Rapé, een snuiftabak, om te helpen landen. Of dat wetenschappelijk klopt, geen idee. De symboliek vond ik mooi.

Toen de truffel, via een chocolaatje. Ik ging liggen, sloot mijn ogen, en toen begon het wachten.

Ik dacht constant: nu gaat er iets gebeuren. Nu ga ik iets zien, iets ervaren, en daar trek ik dan mijn lessen uit.

Er gebeurde niks.

In plaats daarvan voelde ik vooral warmte, wat ook niet zo gek was want het was een van de warmste dagen van het jaar. Mijn rug begon zeer te doen. Mijn gedachten dwaalden constant af. Is het nou al aan het werken? Ligt het aan de dosering? Heb ik soms gewoon een chocolaatje van de Jumbo gekregen?

Op een gegeven moment zag ik een jongere versie van mezelf. Een klein jongetje dat niet op me leek, maar waarvan ik instinctief wist dat ik het was. Hij gaf een kus op mijn wangen en verdween weer. Ik weet nog steeds niet wat dat betekent. Misschien maakt dat ook niet uit.

Ik zag mijn ouderlijk huis. Mijn gezin, Joëlle en de jongens. Beelden die kwamen en weer verdwenen. Zware bassen die door me heen dreunden en meerdere keren de gedachte: wat doe ik hier eigenlijk mezelf aan.

Maar ook: een enorme liefde voor mijn gezin. Het gevoel dat ik op de een of andere manier op het juiste pad zat.

Geen vuurwerk. Geen grote openbaring. Zeker geen monster.

Het gesprek na afloop

Na ongeveer vier uur was het voorbij. Mijn eerste gedachte: nou, dat was het dan. En ook mijn geld.

De begeleider vroeg rustig hoe het met me ging. Ik draaide me op mijn zij en zei zoiets als: het gaat eigenlijk wel prima, ik weet alleen niet zo goed wat ik ervan moet vinden.

Ik vroeg hoeveel hij me gegeven had. Ik had het idee dat het weinig was.

"Dat weet alleen jij," zei hij.

Daar had ik dus ook niks aan.

Ik vertelde hem over al die verhalen die ik gehoord had. Mensen die hun grootste trauma tegenkwamen. Die compleet opnieuw geboren werden. En ik? Ik had het warm gehad, last van mijn rug, en ik wilde naar huis.

Hij zei dat dat vaker voorkomt, zeker de eerste keer.

En toen zei ik het. Zonder erover na te denken.

"Misschien heb ik wel een enorm monster gecreëerd in mijzelf. Een monster van verdriet. Een monster van boosheid. Een monster van trauma. Waarvan ik dacht dat het eruit moest komen."

En toen hoorde ik mezelf zeggen: misschien is dat monster er helemaal niet.

Ik was daarna een tijdje stil.

De man tegenover me glimlachte. En ik zei het nog een keer, hardop dit keer. Het monster is er helemaal niet. Maar wie ben ik dan al die jaren proberen te redden? Misschien was ik alleen maar bang voor een verhaal. Een verhaal dat ik zelf geschreven had.

Het verhaal dat je jezelf vertelt

Een dag later, onderweg naar huis, radio aan. Ik hoor Eminem en Rihanna. I'm friends with the monster that's under my bed.

Grappig. Vrienden worden met je monster, omdat je niet beter weet. Omdat het er altijd is geweest. Omdat het onderdeel van je identiteit is geworden.

Daarna Anouk, Modern World. Andere tekst, precies dezelfde kern. Ergens aan willen voldoen, gecreëerd door de verhalen in je hoofd.

Misschien zingen artiesten daar al tientallen jaren over. Niet over monsters. Niet over trauma's. Maar over de verhalen die we onszelf vertellen.

Maak deze zin eens af

Ik wil je iets vragen. Je hoeft het niet hardop te doen.

Maak deze zin af: ik ben...

Wat kwam er als eerste in je op?

Misschien dacht je: ik ben perfectionistisch. Ik ben onzeker. Ik ben geen leider. Ik ben niet goed genoeg. Ik ben nu eenmaal zo.

Maar is dat eigenlijk wel zo?

Of vertel je jezelf dat verhaal al zo lang, dat je bent gaan geloven dat jij dat verhaal bent?

Ik dacht jarenlang: er zit iets in mij en dat moet eruit. Misschien is dat waar. Misschien ook niet. Maar één ding weet ik inmiddels wel: ik had er een monster van gemaakt en dat had niet gehoeven. Ik heb het veel zwaarder gemaakt dan nodig was.

Wat ik hiervan zie in mijn werk

Ik zie het steeds vaker terugkomen bij ondernemers. Mensen die zichzelf jaren hetzelfde verhaal vertellen. Over hun bedrijf. Over hun medewerkers. Maar vooral over zichzelf.

Ik kan niet delegeren, want niemand doet het zoals ik. Ik ben nou eenmaal iemand die alles zelf moet controleren. Ik ben niet goed in verkopen. Ik ben te aardig om mensen aan te spreken.

Op een gegeven moment geloof je het zo hard dat je het niet meer als verhaal herkent. Het voelt als een feit. Als wie je bent.

En misschien hoef je jezelf niet te repareren. Misschien hoef je jezelf niet te fiksen, of jezelf een heel ander verhaal te vertellen.

Misschien hoef je jezelf alleen maar één ding af te vragen.

Klopt het verhaal dat ik mezelf al jaren vertel, eigenlijk wel?


Deze blog is gebaseerd op een aflevering van de Toptiek Podcast. Herken je jezelf hierin, of loop je al langer tegen hetzelfde verhaal aan? Neem gerust contact op, dan gaan we er samen over in gesprek.