
Wat zullen ze wel niet van me denken?
Ze zat op een terrasje. Zon erbij, wijntje erbij, bakje nootjes erbij.
Haar bedrijf draaide goed. Haar team stond die dag in de winkel. Voor het eerst in tijden had ze een middagje voor zichzelf.
En ze kon er totaal niet van genieten.
"Weet je wat het is, Jasper? Ik voel me de hele tijd schuldig."
Ik vroeg waarom. Ze wist het niet precies. Haar collega's stonden in de winkel en zij zat hier.
"Hebben ze er iets van gezegd", vroeg ik. "Nee". "Hebben ze er iets van gevonden, denk je?" Ook dat wist ze niet. "Heeft er ooit iemand ook maar iets over gezegd?"
"Nee."
Drie ondernemers, dezelfde week, hetzelfde stemmetje
Een dag later sprak ik een andere ondernemer. Hij was thuis, in de tuin, met zijn kinderen. Zijn telefoon ging. Een medewerker.
Zonder erbij na te denken liep hij naar de schuur en trok de deur achter zich dicht.
Waarom in de schuur, vroeg ik.
"Straks horen ze de kinderen op de achtergrond. Dan weten ze dat ik thuis ben."
En dan, vroeg ik. Je bent toch ook gewoon thuis?
Stilte. "Ja... daar vinden ze dan iets van. Ik ben thuis en zíj zijn voor mij aan het werk."
Een paar dagen daarna, weer een andere ondernemer. Ze zei letterlijk: "het blijft lastig dat ik een soort druk voel om verantwoording af te leggen over mijn werkuren. Dat ik aanwezig moet zijn om te laten zien dat ik ook hard werk."
Ze was net wat minder op de vloer, omdat haar team steeds zelfstandiger werd. En ze had de laatste weken privézaken te regelen.
Heeft iemand ooit gezegd dat je te weinig aanwezig bent, vroeg ik. Nee. Heeft iemand gezegd dat je geen goede ondernemer bent? Ook niet.
Waar komt dat schuldgevoel dan vandaan?
Ze wist het niet. Net zomin als de andere twee.
Twaalf coachgesprekken had ik die week, waarvan vier met exact deze onderlaag. Vier verschillende bedrijven, vier verschillende situaties, en telkens diezelfde stem op de achtergrond.
Het gaat nooit over het terrasje
Bij alle drie ging het niet over het terrasje. Niet over de schuur. Niet over de privézaken die geregeld moesten worden.
Het ging over een stemmetje. Eentje dat steeds dezelfde vraag stelt.
Wat zullen ze wel niet van me denken?
Dat stemmetje is verdomd creatief. Het bemoeit zich overal mee. Neem je een middagje vrij, dan zit het er. Moet je feedback geven, dan zit het er. Vraag je iemand om hulp, verhoog je je prijs, plaats je iets op LinkedIn. De hele tijd diezelfde vraag op de achtergrond.
Mijn eigen kantoor, helemaal achterin
Ik herken het zelf ook heel goed. Onze oude winkel was lang en smal. Vooraan de verkoop, met alle brillen. Dan het adviesgedeelte. Dan langs de wc, langs de kantine, en helemaal achterin mijn kantoor.
Elke keer dat ik na een klant naar dat kantoor liep, of even niks in de agenda had staan, gebeurde hetzelfde. Niet één keer. Bijna elke dag.
Deur dicht. Achter mijn bureau. Soms mail bijwerken, soms de planning aanpassen, soms cijfers doornemen, soms een gesprek voorbereiden. En soms, heel af en toe, gewoon rustig lunchen. Alleen, zonder het rumoer van de winkel om me heen.
En bijna elke keer kwam diezelfde gedachte langs. Wat zullen mijn medewerkers wel niet denken? Dat ik hier met mijn poten op tafel zit? Dat ik lekker koffie zit te drinken terwijl zij werken?
In werkelijkheid had ik geen idee wat ze dachten. Logisch ook. Ik had het ze nooit gevraagd. In mijn hoofd had ik gewoon een compleet verhaal bedacht.
We zijn hartstikke goed in gedachten lezen. Alleen zitten we er meestal naast
We vullen constant een verhaal in voor een ander, zonder ooit te checken of het klopt. Achteraf wist ik ook wel dat die gedachte nergens op sloeg. Op kantoor was ik bezig met strategie, personeelszaken, cijfers, marketing, roosters. Dingen die niemand ziet, maar zonder die dingen groeit een bedrijf niet.
En toch voelde ik me schuldig.
Ik deelde het met mijn eigen coach, zoals ik nog steeds doe als er een gedachte is die ik niet helemaal kan plaatsen. Ik hoopte eerlijk gezegd dat hij zou zeggen: Jasper, daar hoef je je niet druk over te maken.
Dat deed hij natuurlijk niet. Een goede coach concludeert niet voor je, die stelt een vraag.
"Weet je eigenlijk wel zeker dat je medewerkers dat denken?"
Nee. Nooit gevraagd. Zelf ingevuld.
En toen kwam de tweede vraag, van dat soort waarbij je al voelt dat er iets aankomt wat je niet wil horen.
"Zou het misschien zo kunnen zijn dat het helemaal niks met je medewerkers te maken heeft, maar met jou? Dat je iets aan het doen bent waarvan je zelf al weet dat het niet zo belangrijk is, en dat je dat projecteert?"
Shit. Want ik wist het antwoord. Soms wel, ja. En soms ook echt niet.
De stem heeft twee gezichten
Soms zat ik daadwerkelijk strategie uit te werken, cijfers te analyseren, een lastig gesprek voor te bereiden. Dan was het schuldgevoel nergens op gebaseerd. Gewoon een verhaal.
Maar soms zat ik voor de vierde keer die ochtend mijn mailbox te verversen. Bezig met kleine klusjes terwijl ik diep vanbinnen wist dat ik iets heel anders moest doen. Dat lastige gesprek voeren. Dat plan eindelijk maken. Die beslissing eindelijk nemen die ik al weken voor me uit schoof.
Die stem heeft dus twee gezichten. Soms is het een verhalenverteller die iets over een ander verzint, zonder een spoortje bewijs. Soms is het een spiegel die je vertelt wat je zelf allang weet.
In coaching noemen we dat oppervlakkige versus noodzakelijke acties. Een oppervlakkige actie draagt niet bij aan je resultaat. Een noodzakelijke actie wel.
Vanaf het moment dat ik dat onderscheid kon maken, veranderde mijn manier van ondernemen. Niet van de ene op de andere dag, dat vraagt training. Maar de vraag verschoof. Niet meer: wat zullen ze van me denken. Wel: doe ik wat noodzakelijk is?
Is het antwoord ja, dan mag de gedachte gewoon voorbij drijven. Dan was het een verhaal.
Twee vragen die je jezelf voortaan stelt
Hoe weet je nu of die stem een verhalenverteller is of een spiegel? Makkelijker dan je denkt. Twee vragen.
Eén. Is er bewijs voor mijn gedachte? Niet: wat zullen mijn medewerkers van me denken. Maar: hebben ze dat daadwerkelijk gezegd? Heeft iemand letterlijk tegen je gezegd dat je nooit op de zaak bent, of vul je dat zelf in?
Feiten kun je bewijzen. Verhalen niet. Denk je dat klanten je prijs te hoog vinden, vraag jezelf dan af: hebben ze dat gezegd, of vertel je jezelf gewoon een verhaal en verhoog je daarom je prijs niet?
Twee. Doe ik op dit moment wat noodzakelijk is? Niet: ben ik druk. Niet: werk ik mijn mailbox weg. Maar: doe ik wat mijn bedrijf, mijn gezin of mijn leven op dit moment het hardst nodig heeft?
Dat geldt trouwens niet alleen voor je bedrijf. Ook privé. Zit je met vermogen opbouwen bezig, druk met Canva, met je funnel, met je mailbox terwijl je eigenlijk moet bellen voor sales, dan mag je jezelf datzelfde afvragen.
En soms is het net andersom. Zit je op kantoor die strategie uit te werken, of heb je eindelijk een middag met je kinderen ingepland, of zit je met je partner op het terras omdat dat op dat moment het belangrijkste is. Komt dat stemmetje dan langs met "je zou eigenlijk op de zaak moeten zijn", stel jezelf dan dezelfde vraag. Doe ik wat noodzakelijk is? Ja? Dan is het gewoon een verhaal, geen waarheid.
Een simpel voorbeeld
Stel, je hebt afgesproken dat je elke woensdag content maakt. Podcast opnemen, video's inspreken, een nieuwsbrief schrijven, vier LinkedIn posts voorbereiden en inplannen.
Terwijl je achter je laptop zit, komt de gedachte: mijn medewerkers staan echt te werken, brillen te verkopen, en ik zit hier.
Klopt dat? Nee. Je doet precies wat je met jezelf had afgesproken. Je werkt aan iets belangrijks voor de toekomst van je bedrijf. Bedank dat stemmetje op zo'n moment, en negeer het.
Dus niet meer: wat zullen ze denken
De vraag is niet meer wat zullen ze van me denken. De vraag wordt: vertel ik mezelf een verhaal, of probeert mijn geweten me ergens op te wijzen?
Alleen al door jezelf die twee vragen te stellen, ga je anders naar jezelf kijken.
De volgende keer dat het stemmetje langskomt, ren niet meteen terug naar de zaak. Klap je laptop niet meteen weer open. Ga jezelf niet verdedigen, verzin geen excuses.
Stel gewoon die twee vragen. Is dit een feit of een verhaal? En: doe ik nu wat noodzakelijk is?
Is het antwoord ja, laat de gedachte dan voorbij drijven. Is het antwoord nee, dan heb je geen probleem met een ander gekregen. Dan heb je een cadeautje gekregen. Het stemmetje probeert je dan niet naar beneden te halen, het schudt je wakker.
De meeste verhalen die we over anderen bedenken, zijn precies dat. Verhalen. En als iemand daadwerkelijk iets van je vindt, dan zegt diegene dat meestal wel, en dan heb je een gesprek te voeren in plaats van een verhaal te verzinnen.
Doe wat noodzakelijk is, wat past bij je doelen en je waarden, en de mening van een ander wordt vanzelf een stuk minder belangrijk. Niet omdat je ongevoelig wordt. Maar omdat je weet waarom je doet wat je doet.
En dat geeft rust.
